Emmie's geschiedenis van twee hondenrassen
Korte geschiedenis van de Zwitserse witte herder
In 1882 werd de witte reu Greiff voor het eerst tentoongesteld, in
1887 werd hij voor de tweede maal gezien, ditmaal in gezelschap van
zijn mogelijke dochters Greiffa en Russin, beiden wit. Op 1 januari
1895 werd er een pup geboren, genaamd: Hektor Linksrhein. Hektor
was een zoon van Kastor en Lene Sparwasser, dochter van witte
Greiff en Lotte (van Lotte zijn helaas beide ouderdieren
onbekend).
De fokker van deze pup was Herr Friedrich Sparwasser. Enkele jaren
later zou deze reu gezien worden op de tentoonstelling in
Frankfurt. Op deze tentoonstelling, begin april 1899, was ook
aanwezig ene Ritmeester Max Emil Friedrich von Stephanitz. Deze
ritmeester had een droom, hij wilde uit het allegaartje Duitse
Schaapherders een ideaal type hond creëren. Een ras fokken,
geschikt voor het werk bij de kudde, als ook voor de bewaking, met
de mooie staande oren van de kleine herder uit Thuringen en de
brede borst van de forse herder uit Würtemberg, moedig,
volhardend en loyaal. Al in 1880 begon hij met het verwezenlijken
van zijn droom. Op de tentoonstelling in Frankfurt ontdekte hij
zijn ideaalbeeld van de hond in Hektor Linksrhein. Hij kocht de
hond en gaf hem de naam: Horand von Grafrath.
Horand von Grafrath werd als eerste hond in het stamboek
ingeschreven en kreeg achter zijn naam SZ 1 - Schäferhunde
Zuchtbuch 1. Zo werd Horand de stamvader van alle Duitse herders en
van de Zwitserse witte herder. Want met Horand en zijn witte
voorvaderen werd de Duitse herder onherroepelijk verbonden aan de
witte genen. Dit houdt tevens in dat de Zwitserse witte herder geen
mutatie is. Hij is wit omdat zijn voorvaderen het witte gen
doorgegeven hebben. Door allerlei problemen, vooral met onwetende
Duitse fokkers, werd de Zwitserse witte herder verbannen uit
Europa. Enige vasthoudende Amerikaanse en Canadese fokkers hebben
het ras in stand weten te houden. Rond 1980 kwam de Zwitserse witte
herder weer voor het eerst terug naar Europa en in 1986 werd het
eerste in Nederland gefokte nest geboren. In mei 1999 werd het ras
als "witte herder" officieel erkend door de Raad van Beheer op
Kynologisch gebied. Per 1 januari 2003 is het ras door de FCI
(=> Federation Cynologique Internationale) internationaal erkend
onder de naam "Berger Blanc Suisse", in Nederland heeft de Raad van
Beheer gekozen voor de Engelstalige benaming "White Swiss Shepherd
Dog". Meer informatie op de site van de Zwitserse witte herder
Vereniging Nederland.
Korte geschiedenis van de Spaanse waterhond
De Spaanse waterhond is een dicht bij de natuur staande werkhond
die er robuust uitziet. Het ras is sinds mensenheugenis beschreven,
maar een deel van zijn geschiedenis is later weer in de
vergetelheid geraakt. De perro is een herdershond, een hond die
gebruikt wordt voor de visvangst en een jachthond. Hij heeft een
bij een werkhond passende, natuurlijke gehoorzaamheid. De plaats
van de perro is in de moderne tijd enigszins veranderd: hij heeft
zich gemakkelijk aangepast aan nieuwe uitdagingen, zoals speur- en
zoekwerk bij aardbevingen of tornado’s. Maar hij is ook prima
inzetbaar als speurhond naar drugs of bommen. In Spanje is dit
energieke ras nog steeds in gebruik als herdershond voor het hoeden
van schapen, geiten, runderen en varkens, maar ook bij de
jachtpartijen van zijn baas.
Er doen veel verhalen over herkomst van de Spaanse waterhond de
ronde. Aan welke lezing u ook de voorkeur geef, over het algemeen
gaat men ervan uit dat de afstamming van de perro nauw verbonden is
met de geschiedenis van het Spaanse Merinoschaap.
De theorie van Rutimeyer
Ludwig Rutimeyer (1825-1895), een Zwitserse bioloog, maakt melding
van een carnivoor ‘de Canis Familiaris Palustris’ die
in verband gebracht wordt met de bewoners van de Noordzee-kusten.
Deze ‘wilde’ hond ontwikkelde zich tot de ‘Canis
Palustris’ die de oorsprong was van de plaatselijke groep
waterhonden die zich verspreid heeft: dit was de voorvader van
verschillende rassen. Deze staan nu bekend als Spaanse waterhond,
Franse barbet, Portugese waterhond en Ierse waterspaniël.
De theorie van Doebel
Doebel, een Duitse kynoloog gaat uit van de Aziatische oorsprong
van de waterhonden. Volgens zijn theorie zouden de honden met de
Barbaren (Vandalen, Alani e.d.) meegekomen zijn en de voorlopers
zijn van waterhonden. Daarvan zouden de bekende groepen als de Puli
en de Komodor afstammen.
De theorie van Buffon
Buffon was een Franse bioloog (1707-1788) die ervan uitging dat de
Spaanse waterhond Afrikaans van origine is. Hij verhaalt van een
klassieke waterhond die door de stammen van Noord Afrika gebruikt
werd voor de jacht in het water. Deze wordt beschreven als een hond
met krullen, van gemiddelde grootte en een robuust uiterlijk. In
711, het jaar van de invasie van de Muzelmannen, kwam hij mee naar
Spanje. Deze honden werden als herdershonden door de Berbers
gebruikt. Het feit dat er heden ten dage in Noord-Afrika een
dergelijke hond niet meer voorkomt, zou kunnen betekenen - een
theorie die brede aanhang heeft - dat de Spaanse waterhond een hond
is die zijn oorsprong heeft in Andalusië en daar gefokt werd.
Dit wordt door Salas bevestigd. Zijn theorie is dat de Spaanse
waterhond een ras is dat stamt uit de moerassen van
Zuid-Andalusië en dat de honden door de herders over heel
Spanje zijn verspreid. Schapen werden door de Foeniciërs in
Spanje geïmporteerd. Ver voor de christelijke jaartelling
stichtten zij koloniën in Spanje. Toen de Moorse- en
Berberstammen uit Noord-Afrika in 711 de Straat van Gibraltar
overstaken en het christelijk Spanje veroverden, troffen zij daar
miljoenen schapen aan. Sommige auteurs hebben documenten gevonden
die betrekking hebben op de Spaanse waterhond uit het jaar 730
(waarin sprake is van ‘Wolhond’) en een uit het jaar
1000 stammend document waarin een groep waterhonden op het Iberisch
schiereiland wordt beschreven. Meer informatie op de site van de
perro de agua Espagñol Club Nederland.