Emmie's 10 Gulden Regels



Hoofdregel: Mijn baas is de leukste, de liefste, de interessantste op aarde. Met andere woorden: maak gebruik van het feit dat een jonge pup niets liever doet dan achter zijn baas aan lopen, in de buurt van zijn baas zijn en met zijn baas spelen. Gebruik dit om hem van alles te leren en je zult zien dat het bijna vanzelf gaat.

  1. Straf de pup nooit voor een plasje of een poepje in huis. De pup snapt niet dat hij iets fout doet en als je hem maar consequent na elk slaapje, elk hapje en elk stoeipartijtje op tijd buiten zet, zullen die ongelukjes vanzelf ophouden. Nog beter: gebruik een commando en beloon de pup steeds uitbundig als hij buiten iets heeft geproduceerd. Je leert hem dan ook meteen om alleen zijn behoefte te doen na commando (= toestemming), dus daar waar het mag.

  2. De pup zet in de beginperiode overal zijn tanden in. Ook dit is geen stoutigheid maar kauwbehoefte. Straf dit dus niet af. Haal hem weg bij het voorwerp waar hij op kauwt en stop iets in zijn bekkie (ruilen) waar hij wel op mag kauwen.

  3. Maak de eerste periode geen te lange wandelingen. Een kwartier per keer is voldoende t/m de leeftijd van drie maanden. Vanaf vier maanden mag je daar vijf minuten per maand bijtellen. Dus vier maanden => 20 minuten, vijf maanden 25 minuten, enz. Dit mag wel meerdere malen per dag.

  4. Haal de pup niet uit de bench als hij jankt nadat je hem er in gedaan hebt. Negeer het gejank, dan is het het snelst over. Mocht je pup echt paniekerig reageren, blijf dan wel in de buurt, ga bijvoorbeeld naast de bench zitten met een boek, maar kijk niet naar het hondje en maak geen sussende geluiden. Zodra de pup stil is, kun je hem weer uit de bench halen.
    Het is natuurlijk anders wanneer de pup jankt nadat hij al in de bench geslapen heeft. Dan moet hij waarschijnlijk zijn behoefte doen en dat is wat anders. Zet hem dan wel recht uit de bench buiten, anders doet hij het gegarandeerd in huis.

  5. Laat de pup geen rangordespelletjes spelen met kinderen. Rangordespelletjes zijn over het algemeen spelletjes waarbij iets te winnen/veroveren valt. Dit gaat meestal met speels gegrom gepaard. Laat de pup liever zoeken of apporteren. Denk er bij apporteren aan dan snelle, abrupte bewegingen niet goed zijn voor de pup. Dus gooi en voorwerp niet te ver en te hard. Nog beter, voor als de pup wat ouder is: leer hem om te wachten op een commando voordat hij mag gaan rennen en laat hem pas gaan als het voorwerp op de plaats van bestemming is.

  6. De bench is een toevluchtsoord. Zorg dat de pup door niets of niemand wordt lastig gevallen als hij in de bench ligt.

  7. Leer de pup, als hij los loopt, altijd bij jou te komen zodra er mensen of andere dieren naderen. Doe dit door van het begin af aan steeds iets bij je te hebben dat de pup erg lekker vindt. Roep hem bij je zodra de pup iets of iemand ziet, beloon hem uitbundig en geef hem het lekkers. Vraag de naderende mensen de pup niet aan te halen. Als dit gedrag is ingesleten heb je daar later veel plezier van. Als je mensen tegen komt die bang zijn van honden, kleine kinderen, honden die agressief zijn, maar ook als je eigen hond wat dominant blijkt te zijn. Spelen met andere (onbekende) honden is iets dat eigenlijk tegen de natuur van de hond in gaat. Daarbij reken ik de hondjes van de cursus of van vrienden niet tot onbekende honden, maar voordat er gespeeld wordt kan je daar weer een 'commando' (?!) aan vast plakken.

  8. Troost geen angstig of geschrokken gedrag. Je bevestigt daarmee het gevaar, dus afleiden. Het optillen van een pup als er een andere hond nadert, staat ter discussie. Het ene advies zegt dat je je pup niet op moet tillen als hij angstig is voor een grote hond, je zou daarmee zijn angst bevestigen. Het andere advies luidt echter (volgens de nieuwste inzichten) dat het belangrijker is om je pup te beschermen tegen angstige ervaringen. Het beste is natuurlijk om zo'n situatie aan te zien komen en je pup op te tillen voordat hij bang wordt (voordat hij die andere hond in de gaten heeft bijvoorbeeld). Dan aan de eigenaar te vragen of de hond te vertrouwen is en dan de pup vanaf je arm (door de knieën gaan) kennis te laten maken en daarna eventueel weer neer te zetten. Maar soms kom je in een onverachte situatie terecht en moet je snel denken. Geef in zo'n geval voorrang aan bescherming, maar probeer de situatie zo luchtig mogelijk te houden.

  9. Loop nooit achter de pup aan als hij van je weg loopt. Roep hem ook geen twintig keer. Loop de andere kant op, maak lokkende geluiden en zorg dat je iets in de aanslag hebt om hem uitbundig mee te belonen als hij naar je toe komt. Straf hem niet als dat te lang duurt, daar snapt hij niets van. Laat de pup in het begin dus ook alleen ergens los waar hij absoluut geen gevaar loopt.

  10. Geef de eventuele oudere dieren in huis een duidelijk hogere positie, door steeds de pup als laatste te begroeten, aaien, aan te lijnen, eten te geven, etc.