Emmie's vraagbaak
Voorwoord
Help! Mijn pup ....
kan niet alleen blijven
is bang buiten de deur
doet zijn behoefte als we terug zijn van de wandeling
wil niet in de bench
is bang van ons bezoek
bijt op mijn vingers
blaft steeds naar anderen
heeft allemaal bobbels op de buik
heeft een dikke bult in zijn zij
eet niet
neemt verkeerd gedrag van de oudste hond over
loopt in het bos steeds weg naar andere mensen/dieren
Voorwoord
Deze vraagbaak is tot stand gekomen naar aanleiding van vragen en opmerkingen van onze puppenkopers. Door het bundelen van de vragen hopen wij iedereen behulpzaam te zijn bij het opvoeden van hun pup.
Voor het aanleren en afleren van bepaald gedrag is het van het
grootste belang dat er eerst een goede band met de pup wordt
opgebouwd.
Dit doe je door:
- De pup niet te straffen, hij snapt nog helemaal niet wat fout is
en wat goed. Dus straf maakt hem onzeker en doet hem twijfelen aan
de goede bedoelingen van zijn baas.
- Veel met hem te doen. Veel spelen waarbij de baas de leiding
heeft. Maar ook veel aanleren. Commando's als hier, zit, af, blijf,
enz. aanleren hebben niet alleen de functie dat de pup deze
commando's leert, maar vooral (door het samen bezig zijn) dat de
band tussen baas en hond wordt gesmeed.
Als de band met de pup eenmaal goed is, kan je met je pup lezen en
schrijven. Denk er daarbij aan dat de roedelleider voor de pup
iemand moet zijn die rustig zelfvertrouwen uitstraalt, niet te snel
in paniek raakt en vooral rechtvaardig is.
Help! Mijn pup ....
kan niet alleen
blijven
Voor een hond is het onnatuurlijk om alleen te zijn. Hij hoort
immers in een roedel thuis en de roedel is altijd samen. Het alleen
zijn moet je heel geleidelijk aan opbouwen, te beginnen met een
paar minuten. Bovendien moet de pup zich eerst vertrouwd en veilig
voelen in zijn nieuwe omgeving. Belangrijk daarbij is dat je eerst
werkt aan het opbouwen van een band met je pup. Pas daarna kan je
gaan oefenen met het alleen zijn. Zorg er daarbij voor dat je
uitstraalt dat het de gewoonste zaak van de wereld is dat de pup in
de bench gaat, bench dicht en even de kamer uit. Als de pup stil
blijft, na een paar minuten weer naar binnen gaan en zonder al te
veel ophef de pup prijzen. Roep de pup niet naar je toe om hem
vervolgens in de bench te doen, maar ga hem halen.
is bang buiten de
deur
En held op sokken? Ja, dat komt vaak voor. Bedenk maar dat het
vanzelf over gaat naarmate hij ouder wordt, mits je er goed mee om
gaat. Niets forceren, maar ook niet introosten of vermijden. Wat je
bijvoorbeeld in het begin nog kan doen, is de pup veel nog op de
arm meenemen. Je kan hem dan na een tijdje even neerzetten, even
laten scharrelen en dan weer op de arm. Of terug naar
huis laten lopen. Als je maar oppast (en dat moeten ook de kinderen
weten), dat je het niet andersom doet. Dus niet eerst laten lopen
en dan, als hij angstig is, op de arm nemen. Beginnen op de arm mag
wel en dat geeft veel steun en veiligheid. Hij moet op z'n eigen
tempo zijn zelfvertrouwen gaan ontwikkelen.
doet zijn behoefte als we terug zijn van de wandeling
Soms denk je dat je pup je gewoon zit te plagen. Ga je uitgebreid met hem aan de wandel om hem zijn behoefte te laten doen. Zonder succes. Kom je thuis en ja hoor …, even later vind je een grote plas of drol ergens in een hoekje. Natuurlijk is dit geen plagen. Als de pup zijn behoefte niet buiten doet, is daar een reden voor. De kunst is om te ontdekken wat die reden is. Meestal is het een kwestie van niet durven. Waarom durft de pup dan niet? Dat kan zijn omdat je hem een keer hebt gestraft nadat hij binnen zijn behoefte had gedaan. De pup associeert die afstraffing niet met het feit dat hij dat binnen heeft gedaan en denkt dat hij wordt gestraft omdat hij zijn behoefte deed. Dat durft hij nu dus niet meer waar jij bij bent. Het kan ook zijn (en dat geldt zeker voor de grote boodschap) dat hij de plek die jij voor hem hebt uitgezocht niet fijn vindt. Een hond is zeer kwetsbaar voor vijanden als hij zit te poepen en doet dat daarom alleen op een plek waar hij zich veilig (beschut) voelt. Daarom doet een hond dit meestal ook ergens in een hoekje of op een verhoging of helemaal verscholen in het struikgewas.
wil niet in de
bench
Tja, hij zal dit toch moeten leren. Zorg ervoor dat de bench niet
te groot is, maak hem desnoods in het begin wat kleiner door er een
plank doorheen te steken (let er op dat die zo hoog is dat de pup
zich er niet over heen kan wurmen). Zorg dat hij in de bench wat
afleiding heeft in de vorm van speelgoed en/of een kauwbot. Zorg er
desnoods voor dat hij een bepaald favoriet speeltje alleen maar
krijgt als hij in de bench zit. De pup moet wel uitgelaten zijn
zodat je zeker weet dat hij niets hoeft te doen, geen honger en
geen dorst heeft. Het beste moment is als de pup moe is en best
even wil slapen. Roep de pup niet bij je als je hem in de bench
gaat doen, maar ga hem halen. Zet hem dan zonder veel omhaal in de
bench en probeer je eventuele onzekerheid of schuldgevoel uit te
schakelen. Laat hem er maar een paar minuten in en als hij stil is
haal je hem er weer uit. Maakt hij veel misbaar dan zal hij toch in
de bench moeten blijven tot hij stil is. Haal hem er zodra dat het
geval is meteen uit (soms gebeurt dat per ongeluk tussen 2
jankpartijen door, maak daar dan gebruik van).
is bang van ons
bezoek
De enige manier om dat er weer uit te krijgen (en dat moet kunnen
want hij is nog zo jong) is oefenen, oefenen, oefenen. Dat gaat
veel tijd en energie in zitten. Ook hier geldt weer: eerst de band
met de baas.
- Vraag mensen in je omgeving om op een bepaalde tijd even langs
te komen.
- Zorg dat de pup in de bench zit (deur dicht) op het moment dat
het bezoek binnen komt.
- Laat het bezoek binnen komen (en zorg dat hij/zij iets lekkers
voor de pup bij zich heeft), de pup negeert en rustig op de bank
gaat zitten.
- Wacht af wat de pup doet.
- Is hij gewoon stil, haal hem dan uit de bench en neem hem op je
arm mee en ga rustig naast het bezoek zitten (helaas, dan moet de
pup maar even op schoot en als je dat echt niet wil zet je hem
tussen je voeten). Zit hij in de bench misbaar te maken dan negeer
je hem volkomen en gaat bij het bezoek zitten totdat hij stil is.
Zodra hij stil is haal je hem uit de bench en gaat verder bij punt
5.
- Praat wat met je bezoek en negeer de pup verder, aai hem alleen
een beetje zolang hij zich rustig houdt.
- Observeer steeds wat er gebeurt.
- Houdt hij zich rustig laat het bezoek hem dan eens iets lekkers
voor houden.
- Accepteert hij dit, beloon hem dan rustig met je stem, zet hem
op de grond en laat hem gewoon zijn gang gaan.
- Dit doe je keer op keer, totdat je denkt dat het iets in zijn
gedrag verandert.
- Dan ga je door met deze oefening maar zonder hem eerst in de
bench te doen.
- Zorg er de komende tijd voor dat het bezoek altijd wat lekkers
voor de pup bij zich heeft. Zet bijvoorbeeld een trommeltje bij de
deur. Laat het bezoek bij binnenkomst altijd eerst de pup negeren
en het lekkers pas geven als de pup naar ze toe komt.
Realiseer je dat een hond niet kwispelend op bezoek en/of vreemde
mensen af hoeft te gaan. Ze hoeven nu eenmaal niet zo blij te zijn
met aanloop als wij. Maar ze moeten zich wel normaal gedragen en
zich verstoppen en/of een boel misbaar maken is niet normaal.
bijt op mijn
vingers
Dit is typisch puppengedrag. Heel vervelend en vooral als er kleine
kinderen zijn, want die scherpe tandjes doen pijn. Bijt de pup in
je vingers zeg dan gewoon duidelijk 'au' en stop meteen met spelen.
Doe dit consequent. Bedenk hierbij dat dit bijten echt vanzelf over
gaat als de pup wat ouder wordt.
blaft steeds naar
anderen
Dit is een lastig probleem omdat je er eerst achter moet zien te
komen waarom je pup steeds blaft. Negen van de tien keer zal dit
bij een pup een uiting van angst c.q. onzekerheid zijn. Dus
oefenen, oefenen, oefenen. De pup kennis laten maken met de andere
honden, geef de honden daarbij allebei iets lekkers (vraag wel
eerst toestemming aan het baasje van die andere hond). De pup moet
leren dat andere honden (in principe) niet gevaarlijk of eng zijn.
Dit moet gewoon inslijten.
Soms blaft de pup zelfs consequent tegen een gezinslid. Dit komt bijna alleen voor als de pup in eerste instantie een keer erg geschrokken is van het betreffende gezinslid. Maar het moet wel worden opgelost. Laat dit gezinslid eens een tijd de maaltijd van de pup verzorgen. De liefde van een pup gaat ook door de maag en degene die eten geeft, krijgt nu eenmaal een beter ‘image’.
heeft allemaal
bobbels op de buik
Dit kan een ontsteking van de onderste huid zijn. Het kan steeds
verder uitzaaien tot er zelfs gele koppen op de bobbels komen te
staan. Als het al grote bobbels zijn moet er antibiotica aan te pas
komen en voor de buitenkant moet er zalf gesmeerd worden
(terramycine). Het kan wel terug komen. Het komt geregeld voor bij
pups. Het kan zijn door een overgevoeligheid voor stro of gras. Als
je er op tijd bij bent is de antibiotica wellicht niet nodig en kan
het probleem met alleen de zalf verholpen worden. De laatste inzichten wijzen uit dat het ook een reactie op de vaccinatie kan zijn.
heeft een dikke bult in zijn zij
Waarschijnlijk is de pup net ingeënt. Vaak zie je dan een dikke bult verschijnen. Dit is een gevolg van de prik. De bult kan wel twee weken blijven zitten. Houd het even in de gaten, mocht de bult er na 3 weken nog zitten, laat dan de dierenarts even kijken.
eet niet
Verminder het aantal maaltijden per dag. Zet het eten neer voor de
pup, laat het een kwartier staan en haal het dan weg. Verspil er
verder geen woorden aan want hoe meer aandacht voor het niet eten,
hoe meer het een spelletje wordt. Sommige honden hebben minder
eetbehoefte dan wij zouden willen, maar daar verander je niets aan.
Zolang je hond kerngezond is en niet TE mager (en dat is zelden het
geval) geen punt van maken.
neemt verkeerd
gedrag van de oudste hond over
Zorg er voor dat je veel met de pup alleen doet. Neemt de hond
bijvoorbeeld blafgedrag van de oudste hond over, zorg er dan voor
dat de oudste hond van huis is terwijl je met bezoek ontvangen
oefent. Blaft de pup buiten mee naar vreemde honden/mensen ga dan
zonder de oudste hond wandelen.
loopt in het bos steeds weg
naar andere mensen/dieren
Ook hier geldt weer: eerst werken aan de band met de baas.
'Mijn baas is de leukste, de liefste, de beste, enz. ter wereld.
Bovendien heeft de baas altijd iets lekkers bij zich als we op stap
gaan. Dus die baas moet ik goed in de gaten houden want misschien
valt er wel iets te halen. Hé andere honden, dat is ook leuk
en spannend en misschien valt er wel wat te klieren. Even kijken
wat mijn baas doet. Oeps die loopt de andere kant op. Gauw er
achter aan want anders ben ik straks mijn baas kwijt.'
Zo ongeveer moeten de onbewuste gedachten van je pup zijn. Dit is
makkelijker gezegd dan gedaan. Maar toch kan het en werkt het, mits
je dit consequent uitvoert.
Ga met je pup ergens heen waar hij absoluut geen gevaar kan lopen.
Als je pup erg hardnekkig op anderen af gaat, zet je desnoods iets
in scène met behulp van andere mensen. Het gaat om het
principe dat de pup jou in de gaten moet houden en niet andersom.
Bovendien moet bij de baas komen het leukste zijn dat er is, dit
doe je echt door middel van constant belonen. Dus ook belonen als
de pup toevallig even naar je toe komt.
Als je pup naar anderen toe gaat, loop je er zelf van weg. Je denkt
dan dat dit je pup niets zal kunnen schelen of - erger nog - dat
hij het niet eens zal merken. Maar toch is dat niet zo. Als je de
andere mensen vraagt om je pup te negeren, zal er een moment komen
waarop hij door krijgt dat zijn baas weg is. Ook al is hij nog zo
met een andere hond bezig, er zal een moment komen waarop hij het
moe wordt. Wacht dit moment geduldig af. Neem desnoods een krukje
mee en ga ergens verdekt opgesteld zitten. Dan slaat de paniek toe
en gaat de pup zijn baas zoeken. Let goed op. Als hij je echt
helemaal kwijt is, maak dan een geluid (niet roepen) bijv. hoesten
of in je handen klappen. Als hij bij je komt wordt hij natuurlijk
uitvoerig beloond. Het is wel belangrijk dat je dit echt al meteen
zodra je door krijgt dat hij die wegloopneiging heeft (zolang het
nog een pup) is doet, want als de hond eenmaal ouder is, zal hij
niet zo snel meer in paniek raken, ook al is hij zijn baas kwijt.
Denk er aan dat je hond geen jachthond is, maar een herdershond. Het zit in de aard van de hond om bij de roedel te blijven en niet om er vandoor te gaan.